‘Dijk’


Het boek
In 1961 treedt een tweetal jonge mannen in dienst bij het IJkkantoor aan de Brouwersgracht. In die tijd was het usance om je gehele werkzame leven bij hetzelfde bedrijf te blijven. Zo ook de twee personen waar het in ‘Dijk’ om draait. De een is de verteller van het verhaal, de ander is Karl Dijk, een man die iedereen die hem Karel noemt onverstoorbaar blijft corrigeren.

De twee worden tegelijkertijd bij het IJkkantoor aangenomen en volgen er een opleiding. Beiden zullen veertig jaar lang in het ijkwezen blijven en meeverhuizen naar andere locaties, zoals het moderne gebouw met de protserige hal, waar op die ene memorabele middag de werknemers bijeen komen. Je zou zeggen dat de twee mannen elkaar in de veertig jaar die volgen goed leren kennen, maar niets blijkt minder waar.

Als Dijk na veertig jaar trouwe dienst afscheid neemt, krijgt de verteller, die zelf nog een jaar moet werken, de taak om de afscheidsspeech te schrijven. De directrice van het kantoor meent dat hij daar de aangewezen persoon voor is omdat de mannen zolang hebben samengewerkt. Wanneer onze verteller oude dossiers inkijkt als research voor zijn speech, komen er echter ook voor de hem verrassingen naar boven. Hij komt tot de conclusie dat de man met wie hij veertig jaar samenwerkte een volslagen vreemde voor hem is.

De grote vraag is ‘wie is toch die Dijk’. Een niet te beantwoorden vraag, zo blijkt. Wanneer de avond van het afscheid aanbreekt komt daar echter nog een prangende vraag bij: ‘wààr is Dijk?’ De directrice staat klaar met de speech, de medewerkers staan klaar om te toosten, maar Dijk is er niet en komt ook niet..

De grote afwezigheid van Dijk is een statement en het blijkt voor de verteller onmogelijk om deze middag te vergeten. Wanneer ook zijn eigen afscheid daar is en hij zijn leven overdenkt, bekruipen de twijfels hem. Twijfels over zijn werkzame leven en over zijn huwelijk. De schok is compleet wanneer Dijk plotseling in zijn kamer verschijnt met een glimlach om de mond die de verteller maar één keer eerder zag.

Visie van de recensent
Van den Brink hanteert een kunstige en creatieve schrijfstijl waardoor je beelden zonder problemen voor je ziet en de geluiden haast kunt horen. Zoals de matten die –altijd op maandagmorgen- worden geklopt. Je ziet de stevige armen van de vrouwen als ook het stof dat de heldere lucht in vliegt. Het geluid van een emmer water die over de stoep wordt leeggegooid, gevolgd door het harde schrobben van een bezemborstel op de tegels en het geschreeuw en gejuich van kinderen.

Door het verhaal heen zijn taalkundige pareltjes verweven. Ik geef er graag eentje weg die mij bijzonder kon bekoren: “In het water lagen de woonarken als een stilgevallen optocht”.

Om ‘Dijk’ te kunnen waarderen is het echter wel een absolute must dat je wat traag voortkabbelende boeken met inhoud, waarin je de sfeer proeft en de stemming voelt kunt waarderen. Het kunstige taalgebruik van Van den Brink moet het feit compenseren dat het verhaal soms wat saai dreigt te worden.

Over de auteur
Hans Maarten van den Brink (Oegstgeest, 1956) is een Nederlandse schrijver en journalist, die met zijn novelle ‘Over het water’ verschillende literaire prijzen in de wacht wist te slepen.

Van den Brink begon als kunstredacteur bij het NRC Handelsblad en fungeerde voor de krant onder meer als correspondent in Spanje. Van 1995 tot 2001 was Van den Brink hoofdredacteur televisie bij de VPRO. Hij zorgde dat programma’s als Andere Tijden, De Nieuwe Wereld, Laat Op De Avond, Sportpaleis De Jong, Veldpost en Waskracht! ontstonden. Vervolgens was van den Brink directeur van een centrum voor hedendaagse kunst in Rotterdam, genaamd Witte de With. Sinds 1 april 2006 is Van den Brink directeur van het Mediafonds.

Uitvoering
Uitgever: Atlas Contact
Paperback, 160 pagina’s
ISBN10 902544640X
ISBN13 9789025446406

 

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *